:: Interview
Wie ik ben
Levensloop
Interviews
Favoriete boeken
Wat ik doe
Human Rights Watch
Rapporten
Nieuws
Weblogs
Columns
Politiek verleden
Politieke bijdragen
Kamervragen
Werkbezoeken
Artikelen/toespraken
D66 Standpunten
Wat vindt u?
Stuur mij een bericht
Contactgegevens
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Ik ben zo blij met die verklaring uit Rome’

[12/17/2009]

Boris Dittrich vecht tegen starre denkbeelden over homoseksualiteit

 

Hij stapte in 2006 uit de Nederlandse politiek om zich in te zetten voor de rechten van seksuele minderheden, overal ter wereld.
Een niet ongevaarlijke rol, maar vorige week boekte Boris Dittrich een ongekend succes. De voormalig fractieleider van D66 is één van de vele gerenommeerde sprekers op het congres Struggle for Peace van de Utrechtse afdeling van de Studentenvereniging Internationale Betrekkingen
(SIB). Xander Bronkhorst, fotografie Jan van Soest


Zijn vader Zdenek Dittrich, die in 1948 het Oostblok ontvluchtte, was de eerste student die met hulp van de stichting voor vluchtelingstudenten UAF in Nederland afstudeerde. Maar dat is niet de reden waarom de Utrechtse SIB-afdeling Boris Dittrich voordroeg als interviewkandidaat en een financiële bijdrage leverde aan de Ubladsponsoractie voor UAF. Ook het feit dat Dittrich in een ver verleden als SIB-lid actief was, speelde geen rol. Want dat gebeurde in Leiden.
Utrecht had hij bewust vermeden, omdat zijn vader daar inmiddels hoogleraar Oost-Europese geschiedenis was. En hij wilde niet ‘het zoontje van’ zijn.
Waarom Advocacy Director seksuele minderheden van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch wel werd voorgedragen door SIM is omdat Dittrich een goed voorbeeld is van een activist
die zich beweegt in het spanningsveld dat het SIB-congres in februari wil belichten. Hoe verdedig je de mensenrechten in een steeds complexere wereld, waarin mensen houvast zoeken aan vaststaande
denkbeelden?
We bellen Boris Dittrich op een mooi moment. Een dag eerder beleefde hij tijdens een bijeenkomst van de Verenigde Naties zijn finest hour in drie New Yorkse jaren. “Dit is heet van de naald”, spreekt hij,
jubelend bijna. “Gisteren heeft het Vaticaan een verklaring afgelegd waarin het zich keert tegen de criminalisering van homoseksualiteit.
Een baanbrekend document wanneer je weet dat er zo’n tachtig landen zijn waar homoseksueel gedrag tot strafrechtelijke vervolging leidt.”
Het is een persoonlijk hoogtepunt voor de voormalig politicus. Vorig jaar slaagde hij erin de rechten van seksuele minderheden voor het eerst op de agenda van de Algemene Ledenvergadering van de VN te
krijgen. “Maar dit is van nog veel grotere orde. De zaal zat tot de nok gevuld. Een homo uit India, een lesbienne uit Honduras en transgenders uit de Filippijnen en uit Oeganda vertelden over hun rechten in
die landen. Dan heb je het dus over moord, marteling, lukrake arrestaties.
Dat het Vaticaan zich vervolgens solidair verklaarde, is gewoon fantastisch.”
In Wordt Vervolgd, een uitgave van Amnesty International, noemde Dittrich - zelf getrouwd met een man, maar voor de Amerikaanse wet vrijgezel - religie onlangs nog de grootste vijand voor seksuele minderheden.
Blijft hij daar nu bij? “Als ik over de wereld reis, zie ik overal de impact van religie. In landen als Zambia, Kameroen of Burundi verschuilen veel politici zich achter de katholieke kerk die homoseksualiteit
een morele zonde vindt. Daarom ben ik ook zo blij met die verklaring vanuit Rome.”
En hoe zit het dan met moslimlanden? “Tja, dat blijft een moeilijk verhaal. Veel islamitische landen zijn niet bepaald ruimhartig als het om homoseksuelen gaat. De koran is voor velen een vrijbrief voor het
schenden van mensenrechten. In Egypte kun je zo worden opgepakt en aan een verplichte aidstest worden onderworpen. Als je pech hebt, verdwijn je in een hospitaal waar je aan een bed wordt vastgeketend.
Maar zelfs daar boeken we als Human Rights Watch successen. Ondermeer door naming and shaming in de media konden we er voor zorgen dat in elk geval de grootschalige arrestatiegolven zijn
gestopt.”
Dittrich heeft de telefoon op de speaker gezet en bereidt zich al multitaskend voor op een veertiendaags verblijf in Amsterdam. Human Rights Watch – dat zich op vele soorten mensenrechtenschendingen
richt - zal binnenkort in de hoofdstad een vestiging openen. “We ondervinden altijd veel steun van de Nederlandse overheid en diplomaten, het is prettig om dichtbij te zitten”, stelt Dittrich. “Daarnaast
zijn we geheel afhankelijk van particuliere giften. We hopen dat er in Nederland mensen zijn die ons werk willen steunen.”
De nieuwe vestiging biedt ook stagemogelijkheden voor studenten, zo zal hij zijn gehoor in februari ook voorhouden. “Hier in New York wemelt het van de stagiairs, straks kun je ook in Amsterdam terecht.
Als je de ambitie hebt om een echte wereldburger te worden, dan is dat een kans. Ik vind sowieso dat studenten zoveel mogelijk moeten proberen zich voor de samenleving nuttig te maken, nationaal maar
zeker ook internationaal.”
Als ik hem vraag wat de afgelopen drie jaar buiten Nederland hem vooral geleerd hebben, is het antwoord opmerkelijk. “Ik moest naar Amerika gaan om in te zien hoe groot het belang van de Europese
instituties is. EU, Raad van Europa, OVSE, ik wist er natuurlijk wel wat van, maar de werkelijke betekenis had ik niet zo scherp voor ogen.”
De Europese bundeling van krachten kan in het voordeel van Dittrich werken. Zo adviseert hij met een expertgroep de ministers van de 47 landen in de Raad van Europa op het gebied van seksuele minderheden.
”En daar zitten ook minder homovriendelijke landen bij als Rusland en Servië. Zo proberen homo’s en lesbiennes in Rusland jaarlijks met een demonstratie aandacht te vragen voor hun rechten.
De burgemeester van Moskou verbiedt dat. Volgens hem zijn de deelnemers kinderen van Satan, en in elk geval geen echte Russen.
Maar zo’n besluit gaat in tegen allerlei fundamentele rechten: van vereniging, van demonstratie, van meningsuiting. Mede op basis van rapporten die wij inbrachten bij de expertgroep wordt binnenkort een gedragscode aangenomen door de Raad van Europa die het verbieden van zo’n demonstratie onmogelijk maakt. Minister Verhagen en ook Angela Merkel hebben daar in ontmoetingen met Poetin al op gewezen.”
Dat regeringen gevoelig zijn voor druk van Europese partners blijkt volgens Dittrich ook uit de gebeurtenissen in Litouwen. “Daar ligt een raar wetsvoorstel dat bijvoorbeeld uitingen van homoseksualiteit op tv blokkeert. Dat zou slecht zijn voor kinderen. Omdat Litouwen lid is van de EU kunnen wij als mensenrechtenorganisatie dat land aanspreken op het feit dat zo’n wet in strijd is met allerlei internationale verdragen. De president heeft nu verklaard dat voorstel te zullen vetoën.”
Over zijn ervaringen tijdens zijn reizen voor Human Rights Watch schreef Boris Dittrich een boek dat vorig jaar verscheen: Elke liefde telt. Het spreekt helaas voor zich dat Dittrich niet altijd een even graag geziene gast is in de landen die hij bezoekt. “Ik kan niet ontkennen dat veel landen risicovol zijn voor homo´s. In Oeganda kun je de doodstraf krijgen. Een nieuwe anti-homosexuality bill wil ook nog eens drie jaar celstraf opleggen aan mensen die weten dat iemand in hun omgeving homoseksueel is maar daar geen melding van maken.
“Daarnaast probeer ik natuurlijk de regering onder druk te zetten. Minister Koenders kijkt nu bijvoorbeeld of de hulprelatie met Oeganda moet worden aangepast. Nederland is immers een van de grote financiers van de anti-aidscampagne in Oeganda. Dat ligt allemaal gevoelig. “Als ik zo’n land bezoek vertegenwoordig ik een belangrijke organisatie, als Nederlands staatsburger bovendien. Dat stelt je dan gerust, hoewel de dingen die je – ook persoonlijk - te horen krijgt, verre van fijn zijn. Toch moet ik altijd op mijn hoede zijn. Echt veilig zijn mensenrechtenactivisten nooit. Een collega van mij is laatst in Tsjetsjenië
vermoord. Zoiets komt hard aan.”



 

 

 

 

 

 

Log in