Dittrich zet zich in voor homo-emancipatie
[04/05/2006]
Dit artikel is eerder verschenen in de Gay Krant. Door Adri van Esch.
"We hadden een duidelijk verhaal, waren open over onze standpunten, maar het was toen niet uit te
leggen." D66 was tegen het uitzenden van militairen naar Afghanistan, en is dat nog steeds. Maar de
troepen gaan toch, zo bepaalde een meerderheid van de Tweede Kamer. Na die beslissing vond Boris
Dittrich dat hij zijn functie als fractievoorzitter van D66 moest neerleggen. Meteen na zijn aftreden
pakte hij als Tweede-Kamerlid zijn oude dossiers weer op, waaronder dat van homo-emancipatie. Om
te constateren dat er weinig veranderd is met drie jaar geleden. "Adoptie, discriminatie op scholen,
zorg voor senioren, er moet nog heel veel gebeuren."
"Mensen onthouden alleen het aftreden en denken vervolgens dat je thuis
op de bank ligt." Boris Dittrich geeft na zijn terugtreden als fractieleider
van D66, twee maanden geleden, voor het eerst weer interviews.
Onmiddellijk krijgt hij steunbetuigingen en blijken van tevredenheid over
zijn 'rentree' toegestuurd. Welkom terug en hartelijk gefeliciteerd met
uzelf meldt een vrolijke bloemetjeskaart die vandaag bij de post zat.
"Maar ik ben niet weggeweest, ik heb gewoon doorgewerkt. Ik heb me
wel even meer op de achtergrond gehouden. Nu liggen er tig aanvragen
voor een interview over Afghanistan, maar ik wil me bezig houden met de
portefeuilles die ik op dit moment onder mijn hoede heb. Justitie en politie,
ontwikkelingssamenwerking, Antillen, cultuur- en sportbeleid. En
homo-emancipatie natuurlijk. In dat laatste dossier is in drie jaar niets
veranderd, merk ik. Er spelen nog steeds dezelfde zaken: discriminatie in
het onderwijs, ouderen, die problemen zijn nog niet opgelost. Jaren geleden
heb ik met Clemens Cornielje van de VVD een motie ingediend waarin
werd bepaald dat de onderwijsinspectie het homobeleid op scholen zou controleren. Een goede motie, dachten we toen.
Maar er is niks concreets gebeurd op dat vlak, constateer
ik nu. De inspectie zegt: we kunnen wel signaleren
wat er schort aan homobeleid op scholen,
maar we hebben geen machtsmiddelen om er iets
aan te verbeteren. Ik denk dan: waarom roept de
onderwijsinspectie dat niet eerder? Als ik dit tijdens
een commissievergadering aankaart bij staatssecretaris
Ross, dan antwoordt zij mij dat ik over drie maanden
weer van haar hoor. Dat noem ik minachting
voor de Kamer en voor het onderwijsveld. Ze had
hierover natuurlijk vóór het overleg een standpunt
moeten bepalen, niet pas over drie maanden. Ik mis
bij de staatssecretaris de urgentie van de aanpak. Ze
is nog bij geen enkele bijeenkomst over homo-emancipatie
persoonlijk aanwezig geweest. Als je hart hebt
voor de zaak en je daar verantwoordelijk voor voelt,
dan moet je er heen. Ik mis gevoel, kennis en urgentie.
Ik hoop, met mijn ervaring in de Tweede Kamer, de staatssecretaris niet te laten ontsnappen en haar
op te zwepen tot grote hoogte." Het wapen dat
Dittrich daarbij in wil zetten is het indienen van
moties. Over het aangifte doen bij de politie van mishandeling
bijvoorbeeld. "Zonder bloedneus neemt de
politie je amper serieus. Schelden doet kennelijk
geen pijn. 'Hebt u het niet uitgelokt?' durft een politieambtenaar
te vragen. Of ze zeggen: 'Daar moet u
als volwassen man toch tegen kunnen'. Ik ken voorbeelden
van aangiftes waar alle homogerelateerde
zaken zijn uitgelaten. Ik vind dat in een aangifte het
homofobe karakter van een scheldpartij of mishandeling
vastgelegd móet worden."
Dittrich dient zijn moties in samen met collega's van
andere partijen. Om de kans van zo'n motie te vergroten
en om onderlinge jaloezie te voorkomen.
"Vroeger smeedde ik coalities met Anne Lize van der
Stoel van de VVD en Mieke van der Burgt van de
PvdA. En ook nu nog zoek ik de oude paarse partijen op om mee samen te werken: Anja Timmer
van de PvdA en VVD'er Ruud Luchteveld."
Ook het CDA kiest niet zelden de kant van
Dittrich. Zoals bij de zaak over het lespakket
dat op christelijke scholen circuleert.
Homoseksualiteit is een modegril, je kunt
best even wachten met toegeven aan je initiële
homoseksuele gevoelens, doceert dat
pakket. "Ook het CDA heeft bij monde van
Kathleen Ferrier afstand genomen van die
zienswijze. Ik ken Kathleen erg goed; we hebben
nog samen gestudeerd. Haar standpunten
zi|'n een heel verschil met de CDA-visies
van vroeger."
Boris Dittrich bekleedde een sleutelpositie in
de aanloop naar de openstelling van het burgerlijk
huwelijk in 2001. Hij zorgde er voor
dat de openstelling werd opgenomen in het
partijregeerakkoord tussen D66, PvdA en VVD.
"We hadden een aantal eisen waaronder het
huwelijk en adoptie door homo's en lesbiennes.
Frits Bolkestein van de VVD was tegen
en de PvdA vond dat we met deze wetgeving
te ver voor de troepen zouden uitlopen en in
het buitenland voor gekke Henkie zouden
worden uitgemaakt. Grappig, nu wordt
dezelfde wetgeving of in een iets gewijzigde
vorm in steeds meer landen ingevoerd. De
impact van openstelling van het burgerlijk
huwelijk, nu vijf jaar geleden, is groot. Ik ben
er nog steeds trots op dat ik zo'n grote rol
mocht spelen in de totstandkoming van die
wet." Dittrich glundert maar stelt meteen ietwat
teleurgesteld vast dat hij niet was uitgenodigd
voor de herdenking van de openstelling
in Amsterdam, op i april, "ja, erg jammer.
Ik was zeker gekomen."
De wet die het burgerlijk huwelijk opende voor
homo- en lesbienneparen mag dan een mijlpaal
zijn, een eindpunt is het niet. In het bijzonder op
het gebied van gelijke adoptierechten zijn nog
enkele plooien glad te strijken, vindt Dittrich. "Wij
vinden dat een meemoeder het kind van haar partner
al vóór de geboorte zou moeten kunnen
erkennen. De vrucht zou erkend moeten kunnen
worden. Nu kan dat pas na de geboorte door
middel van een adoptieaanvraag; da's een weeffout
van de wetgever. Op het gebied van interlandelijke
adoptie vinden wij dat naast één-ouderadoptie,
zoals die nu bestaat, ook twee-ouder
adoptie mogelijk zou moeten zijn. Op dit moment
kan slechts één van de partners een kind in het
buitenland adopteren, en adopteert de tweede
partner het kind pas als het eenmaal in Nederland
is. Wij vinden dat in landen waar dat mogelijk is
twee partners samen de adoptieprocedure in moeten kunnen gaan.
Een derde punt van aandacht is
het leeftijdsvereiste. Dat er niet meer dan veertig
jaar leeftijdsverschil mag zitten tussen de ouder en
het geadopteerde kind, daar wil ik van af. Uit sociaal
onderzoek van de Raad van de Kinderbescherming
blijkt dat ook iemand van 45 uitstekend
geschikt kan zijn als adoptieouder."
Nog ruim een jaar heeft Boris Dittrich om deze
kwesties op de politieke kaart te zetten. Dan zijn
er landelijke verkiezingen, waarbij het lot van 066
ongewis is. Over zijn eigen toekomst is de politieke
veteraan - in Den Haag vertegenwoordigd sinds
1994 - duidelijk. "Ik hou van dit vak en ik zou
graag door willen gaan. Maar ik moet me bij die
ambitie bescheiden opstellen. Haalt D66 hetzelfde
aantal zetels of minder, dan vertrek ik. Groeit D66,
dan wil ik graag de 'wijze man' zijn die de nieuwelingen
de weg wijst. Ik constateer bij mezelf nog
geen spoortje van metaalmoeheid." •
:: terug