‘Ik zet me ervoor in dat het homohuwelijk ook hier wordt erkend’
[10/15/2007]
Door Rudie Kagie
Tussen zeven uur en half acht ’s ochtends internet hij eerst altijd even met zijn bejaarde moeder in Nederland. Heel modern: ‘skypen’ mét webcam, telefoneren terwijl je elkaar kunt zien. Na het gesprek gaat hij de straat op. Hij slaat vrijwel altijd rechtsaf, omdat bij linksaf minder te beleven valt. Aangekomen op Washington Square wandelt hij onder de op de Arc de Triomphe geïnspireerde boog. Dan staat hij aan het begin van Fifth Avenue, met in de verte het Empire State Building waar hij werkt. In exact dertig minuten loopt hij de rechte lijn van zijn huis in de Village, het Quartier Latin van New York, naar kantoor. Als dan ook nog de septemberzon schijnt met een kracht die in Nederland voor hoogzomer is gereserveerd, dan telt Boris Dittrich zijn zegeningen.
Na twaalf jaar voor D66 in de Tweede Kamer, waarvan de laatste drie jaar als fractievoorzitter, werd het tijd voor ‘een nieuwe uitdaging’. Terug naar het ambt van rechter in Alkmaar had gekund, maar zo’n directe overstap van de politiek naar de magistratuur zou critici kunnen doen twijfelen aan zijn onpartijdigheid. Boris Dittrich droomde hardop van een nieuwe loopbaan op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Uiteindelijk werd het Human Rights Watch, waar hij volgens zijn visitekaartje advocacy director is van het lesbian, gay, bisexual and transgender program. In die functie ontmoeten langdurig gekoesterde passies en bewezen kwaliteiten elkaar. De gedrevenheid waarmee hij zich in zijn Leidse studentenjaren op vrijwilligerswerk bij de telefonische hulpdienst stortte, komt weer van pas. Opnieuw is hij een beetje de advocaat die hij was na zijn afstuderen. Regelmatig bekruipt hem de gedachte dat hij weer op de stoel van de rechter zit: hij moet oordelen over dilemma’s en piekert over sancties. Tegelijkertijd moet hij met diplomatieke behoedzaamheid opereren, maar dat is een onderdeel van zijn takenpakket waar hij zich als ex-politicus met vanzelfsprekend gemak van kwijt.
Dagelijks ontfermt hij zich over mailtjes van homo’s en lesbiennes vanuit werelddelen waar de Verklaring van de Rechten van de Mens met een korrel zout wordt genomen. Het lenigen van individuele nood combineert hij met het voeren van een lobby voor de zogeheten Yogyakarta-beginselen, een lijst met negenentwintig criteria die volgens de opstellers essentieel zijn voor het beëindigen van discriminatie op basis van seksuele oriëntatie. Onder auspiciën van Human Rights Watch informeert Dittrich de internationale gemeenschap over de verklaring die juristen en experts op het gebied van mensenrechten in november vorig jaar in Indonesië formuleerden. Het is de kerntaak van zijn nieuwe functie: een substantiële hap van zijn tijd brengt hij door in het gebouw van de VN, waar hij de missies van de lidstaten inlicht over de punten die in Yogyakarta aan de mensenrechten werden toegevoegd. In zijn arbeidscontract liet hij bovendien de bepaling opnemen dat hij zich zal opwerpen als voorvechter van de legalisering van het homohuwelijk, een optie die volgens zijn nieuwe werkgever ook in de VS zonder meer als een mensenrecht zou moeten gelden.
Single, niet gehuwd
Op zaterdagmiddag is het aangenaam druk in Washington Square Park. Boris Dittrich komt aangekuierd in korte broek, sokloze sneakers en groen T-shirt. Hij wordt vergezeld door zijn echtgenoot, glaskunstenaar Jehoshua Rozenman, die beurtelings een maand in Amsterdam en een maand in New York woont. Ook hij draagt een korte broek.
Dittrich heeft weinig vrije tijd. ‘In het weekend lopen we door de stad. Soms nemen we het eindpunt van een metrolijn en lopen dan helemaal naar het zuidelijke puntje van Manhattan, Battery Park. Volgens de stappenteller van Jehoshua is dat wel eens 23 kilometer geweest. Zo zie je allerlei wijken aan je voorbij trekken, elk met een eigen karakter.’
Ze wonen vlak bij Christopher Street. ‘Daar zijn allerlei homobars. Ik ben er nog niet in geweest; ik heb niet zo’n behoefte om daar naar toe te gaan, ik vind het wel een fijn idee dat die bars er zijn en dat ik, als ik zin krijg om te stappen, dat ook meteen kan doen. Ook al heeft Amsterdam terrein moeten prijsgeven aan Berlijn, Barcelona en Parijs, toch vind ik het homoleven in Amsterdam beter. Amsterdam blijft gemoedelijker.’
Het huwelijk van Dittrich en Rozenman wordt in de Verenigde Staten niet erkend, want als het op burgerlijke staat aankomt, stellen Amerikanen zich uiterst rechtlijnig op: je bent óf getrouwd met iemand van het andere geslacht óf je bent vrijgezel. Andere samenlevingsvormen dan het traditionele huwelijk worden niet erkend, met als gevolg dat Dittrich het invullen van de immigratiepapieren als een pijnlijke formaliteit onderging. De principiële voorvechter van het homohuwelijk – op grond van zijn in 1998 door de Tweede Kamer aangenomen motie ging Nederland als eerste land ter wereld overstag – was volgens de Amerikaanse bureaucratie single.
‘Emotioneel had ik het daar moeilijk mee,’ zegt hij op een bankje in het park. ‘Nederlanders met een homorelatie of ongehuwde heterostellen die hier met zijn tweeën willen gaan wonen, hebben een probleem. Als de een hier een baan heeft gevonden, betekent dat niet dat de partner ook een verblijfsvergunning krijgt. Er worden allerlei constructies bedacht om de regels te ontduiken, zoals doen alsof je partner je butler is, maar dat wilde ik niet. We hebben het geluk dat Jehoshua hier met een kunstenaarsvisum kan wonen en werken. Hij pikt geen baan van een Amerikaan in, want hij maakt zijn eigen kunst en die mag hij hier ook verkopen. Het blijft natuurlijk bizar. Aan de andere kant zie ik dit als een stimulans om me ervoor in te zetten dat het homohuwelijk ook in dit puriteinse land wordt erkend; een streven dat overigens aansluit bij wat Human Rights Watch wil.’
Reden te meer om met kritische blik naar de kandidaten bij de komende Amerikaanse presidentsverkiezingen te kijken.
Dittrich voelt zich als nieuwkomer moreel verplicht om na te denken over wie zijn favoriete leider zou zijn in het land waar hij voorlopig woont. Zijn voorkeur gaat hoe dan ook uit naar een Democraat. Hij aarzelt tussen John Edwards en Hillary Clinton. De geestdrift voor Barack Obama is wat bekoeld, sinds deze zich in een interview liet ontvallen dat het Amerikaanse leger Pakistan moet binnenvallen als daarmee Al Qaida de genadeslag kan worden toegebracht.
Dittrich ontdekte dat de hervormingen dicht bij huis kunnen beginnen, mede doordat homorechten in Amerika als een politiek thema worden beschouwd. ‘Alle presidentskandidaten van de Democratische Partij zijn al op bezoek geweest bij de landelijke homobeweging, die zich heeft verenigd in de Human Rights Campaign,’ zegt hij. ‘Die kandidaten werd in debatten het vuur na aan de schenen gelegd. Ze kwamen met allerlei toezeggingen, maar niet op het gebied van het same sex marriage, want daar verklaarden ze zich in omfloerste bewoordingen allemaal tegen. Ik snap dat wel. Een kandidaat die zich ondubbelzinnig uitspreekt voor het homohuwelijk, komt niet eens door de voorverkiezingen. Je kunt het in het begin beter vaag houden om dan later, als je president bent, geleidelijk veranderingen door te voeren. Een politicus hier mag zich niet vervreemden van de blanke middenklasse die naar de stembus gaat.’
Gouverneur Arnold Schwarzenegger hoeft niet bang te zijn dat zijn electoraat bij hem wegloopt, maar toch weigerde hij twee jaar geleden zijn handtekening te zetten onder de door de Californische senaat aangenomen Religious Freedom and Civil Marriage Protection Act, die het homohuwelijk mogelijk maakt. Inmiddels passeerde het wetsvoorstel voor de tweede keer de volksvertegenwoordiging in Californië. Zou Schwarzenegger opnieuw zijn veto uitspreken? Per open brief roept Huma
:: terug