:: Interview
Wie ik ben
Levensloop
Interviews
Favoriete boeken
Wat ik doe
Human Rights Watch
Rapporten
Nieuws
Weblogs
Columns
Politiek verleden
Politieke bijdragen
Kamervragen
Werkbezoeken
Artikelen/toespraken
D66 Standpunten
Wat vindt u?
Stuur mij een bericht
Contactgegevens
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

The future is not in front of us, it is inside of us.

[6/21/2010]

Bron Cheques&Balances, juni 2010

 

‘Mensenrechten zijn niet als een menukaart in een restaurant’ - Boris Dittrich over zijn werk als voorvechter voor gelijke rechten van seksuele minderheden 17/06/2010
0 Comment(s)
 
 
Na een indrukwekkende carrière als Tweede Kamerlid voor D66 en als leider van deze partij, besloot Boris Dittrich dat het tijd was voor een nieuwe uitdaging. De politicus vertrok naar New York om vorm te geven aan een nieuwe afdeling van Human Rights Watch (HRW) – de afdeling Seksuele Minderheden. Als medewerker van deze internationale mensenrechtenorganisatie reist hij de hele wereld over om de Lesbian, Gay, Bisexual en Transgender-rechten (LGBT-rechten) te behartigen. Checks & Balances sprak met Dittrich over zijn werk, de moeilijkheden en overwinningen, en zijn persoonlijke ervaringen.

Tekst: Kees Blom & Niels Goet
________________________________________
Hoe is het over het algemeen gesteld met de LGBT-rechten?
‘Over het algemeen is dat een vraag die niet te beantwoorden is omdat elk land verschillend is. Litouwen bijvoorbeeld is een EU-land, maar ontzettend ouderwets en homofoob. Dat is een voorbeeld van een EU-land. Maar als we naar Afrika kijken, dan zien we over het algemeen gesproken een achteruitgang. Er is een aantal landen waar homoseksueel gedrag strafbaar is gesteld. Als ik in die landen ben en met die politici praat, dan hanteert men drie argumenten: het is tegen onze religie; het is tegen onze traditie; en het is tegen onze cultuur. Maar het feit dat we het hier over mensenrechten hebben snappen ze niet, of ze willen het niet snappen. Ze zeggen: ‘Ja, mensenrechten gelden wel, maar natuurlijk niet voor homo’s’. Dan zeg je: ‘Ja hoor eens even: de kern van mensenrechten is nou juist dat het voor alle mensen geldt en het mag niet als een menukaart in een restaurant worden gezien: nou die groep vinden we leuk dus daar geldt het wel voor, en die rest, daar geldt het niet voor’. Die universele kwaliteit van mensenrechten willen ze daar niet aanvaarden.’

Nederland is een koploper op het gebied van mensenrechten. Draagt de regering LGBT-rechten ook uit?
‘De Nederlandse regering doet dat heel goed. ‘Eén van de speerpunten van het mensenrechtenbeleid van Minister Verhagen is gelijke rechten voor homo’s en andere seksuele minderheden. Dat draagt hij ook uit in het buitenland: hij geeft toespraken in de Verenigde Naties erover en hij heeft opdracht gegeven aan alle ambassadeurs van Nederland in het buitenland om er prioriteit aan te geven. Ik ga bijvoorbeeld over een paar dagen naar Vilnius in Litouwen. De Nederlandse ambassadeur daar spreekt dan voor een mensenrechtenconferentie en die organiseert dan ontmoetingen met het COC van Litouwen. Dat geldt ook in andere landen.’

Dus u werkt ook veel samen met nationale overheden?
‘Ik werk niet zozeer samen met overheden, maar met de mensenrechtenorganisaties in die landen. Als ik bijvoorbeeld naar Afrika ga om daar met een regering te praten of met het parlement, dan neem ik eerst altijd contact op met de mensenrechtenorganisaties in dat land. Soms willen ze helemaal niet dat een internationale organisatie komt. Dan zeggen ze: ‘Nou, we kunnen het beter zelf af.’ Of ze zijn bang dat het voor een terugslag zorgt als er teveel aandacht op komt, dat politici dan nog meer in hun schulp kruipen. Daar moet je allemaal rekening mee houden: je kan niet zomaar een land binnengaan en hierover gaan praten. Je moet eerst weten wat de problemen zijn en hoe de lokale, of de nationale mensenrechtenorganisaties onderwerpen behandelen.’

U reist de hele wereld af om met deze organisaties te praten. Is dat het grootste deel van uw werkzaamheden? Wat zijn uw andere werkzaamheden?
‘Het grootste deel van mijn werkzaamheden is naar bepaalde landen toegaan. De komende twee weken ga ik eerst naar Vilnius, dan vlieg ik door naar Ankara in Turkije, waar ik een mensenrechtenconferentie open en een toespraak zal houden. Daar is ook een Gay Pride – wat heel bijzonder is omdat in Turkije homoseksueel gedrag nou ook niet echt geaccepteerd wordt. Daarna vlieg ik door naar Tirana in Albanië, waar ik ook de opening doe van de Gay Pride en allerlei interviews geef. In dat soort landen, bijvoorbeeld in Albanië, zijn homo’s heel erg bang. Die durven niet met naam, toenaam, en hun gezicht in de publiciteit te komen. Terwijl ze wel heel graag willen dat er homo’s zijn die interviews geven aan de media zodat mensen kunnen lezen wat homoseksualiteit inhoudt. Een heleboel mensen hebben daar een grote informatieachterstand. Zij vragen altijd of ik interviews wil geven over mijn leven, wat ik zoal gedaan heb, en waarom ik het belangrijk vind dat mensenrechten voor iedereen gelden. Dat is dus mijn werk.’

U gaf al aan dat u veel samenwerkt met groepen die werkzaam in die landen zelf. Wat beschouwt u als de kracht van HRW? Op welke manier vindt u dat de organisatie echt een verschil kan maken?
‘Per definitie zijn nationale of lokale organisaties heel erg gefixeerd op hun eigen problemen, in hun eigen land. In Albanië is net een homo-organisatie opgericht door mensenrechtengroepen. Dat moet nog echt een beetje van de grond komen. De mensen zijn daar heel druk bezig met hun eigen regering en het parlement om te proberen iets goeds te doen. Maar het verschil dat wij kunnen maken ligt in het feit dat zij totaal geen weet hebben van wat er in de rest van de wereld aan de hand is. Human Rights Watch is een internationale organisatie, dus wij kunnen vergelijkingen trekken. Ik werk ook bij de Verenigde Naties, waar ik toespraken houd en bijeenkomsten organiseer. Ik heb het overzicht: ik kan aan die mensen daar vertellen hoe het elders in de wereld is gesteld en kan ze dan ook met anderen in contact brengen. Bovendien zijn we een heel degelijke mensenrechtenorganisatie. Mensen accepteren dus eerder iets wat ik zeg dan iemand in een bepaald land die voor een organisatie werkt.’

Denkt u dat u met de economische crisis deze positie ook kunt waarborgen? Er zullen voor uw organisatie nu ook wel financiële problemen zijn. Bijvoorbeeld teruglopende giften. Hoe staat HRW er financieel voor?
‘Redelijk goed. In 2009 hebben we meer geld binnengehaald dan in 2008. De financiële crisis is aan ons voorbij gegaan. Als organisatie willen wij volkomen onafhankelijk van overheden zijn en accepteren wij geen subsidies van overheden. We zijn permanent op zoek naar rijke mensen die geïnteresseerd zijn in iemands werk en ons daarom willen financieren. Dat geldt ook voor mijn afdeling: de afdeling seksuele minderheden. Human Rights Watch gaat over alle mensenrechtenschendingen. We hebben ook een vrouwenrechtenafdeling, een kinderrechtenafdeling, een afdeling voor wapens en munitie, etc. Elke afdeling moet zelf geld binnenhalen. Dus ik hoop heel erg, mede door dit interview met jullie, dat er mensen zijn die denken: ‘Goh die Dittrich doet goed werk, daar gaan we geld aan betalen.’’

Sinds 2006 staan de LGBT-rechten vastgelegd in de Yogyakarta-beginselen. In dit document zijn 29 beginselen vastgelegd waaraan verdragstaten moeten voldoen. Toch blijkt de implementatie van het verdrag moeilijk.

U werkt ook veel met de Yogyakarta-beginselen. Heel veel landen hebben deze ondertekend. Maar hoe kan naleving daarvan worden afgedwongen?
‘Niet. Het is niet iets wat afgedwongen kan worden. Dat zou ik heel graag willen maar daarvoor heb je een meerderheid in de Verenigde Naties nodig. De Verenigde Naties hebben 192 landen en als je bedenkt dat in 86 landen homoseksueel gedrag nog steeds strafbaar is, en in sommige landen zelfs de doodstraf kent, dan weet je dat er geen meerderheid is. Of de rest van de landen allemaal nou zo voorstander is betwijfel ik. Er zijn er ongeveer 70 die wel willen dat er gelijke rechten zijn. De rest is onbeslist. Ik denk dat er geen meerderheid is om die Yogyakarta-beginselen afdwingbaar te maken. Wat niet wegneemt dat ze heel erg belangrijk zijn omdat ze inspiratie bieden en voor mensenrechtengroepen belangrijk zijn.’

Zou je dan kunnen zeggen dat de symbolische waarde van deze beginselen groter is dan de echt, inhoudelijke waarde?
‘Nee, want de inhoudelijke waarde is hetzelfde.’

Maar is het naleven ervan ondergeschikt aan het symbool dat het überhaupt is ondertekend?
‘Het vervelende is dat die Yogyakarta-beginselen ook een vertaling zijn van bestaande mensenrechtenverdragen. Een land als Oeganda, die heeft mensenrechtenverdragen ondertekend waar in staat dat mensen gelijk behandeld moeten worden. Maar als ik dan in Oeganda ben en met de minister praat, dan zegt hij gewoon tegen mij: ‘Ja, maar we realiseerden ons niet dat mensenrechtenverdragen ook voor homo's zouden gelden.’ Je bent dan natuurlijk al snel uitgepraat. Dan is de vraag: wat doet de wereld tegen een land als Oeganda, als ze de doodstraf voor homoseksuelen gaan invoeren: eigenlijk niet zo veel. Waar HRW mede aan bijgedragen heeft, is dat president Obama daartegen geprotesteerd heeft in februari tijdens een groot nationaal debat in Washington: het National Prayer Breakfast. Daar heeft hij een toespraak gehouden, waarbij hij Oeganda als voorbeeld heeft aangehaald en gezegd heeft dat dat niet kan, en niet mag, en anders zou moeten. Zo probeert de wereld druk uit te oefenen, maar echte sancties, die zijn er niet. Als die wet wordt aangenomen, want het is er nog steeds in discussie, dan komen er misschien wel sancties.’

Wat vindt u zelf het meest effectief: een ‘top-down’ benadering of een ‘bottom-up’ benadering?
‘Het meest effectieve is natuurlijk een combinatie van beide. Daar is Albanië een heel goed voorbeeld van. Anderhalf jaar geleden ben ik in Albanië geweest en heb ik een grote mensenrechtenconferentie georganiseerd. Alle mensenrechtengroepen die daar een beetje goed draaien waren uitgenodigd. Met z’n allen hebben we toen een strategisch plan opgesteld hoe we de regering konden benaderen. Mensenrechtenorganisaties daar hadden nog nooit met een politicus gesproken, omdat dat toch een beetje een ver van hun bed show is. Toen ik daar was na die conferentie, en precies wist wat de problemen waren in dat land, heb ik een bespreking gehad met de premier en met vier ministers uit het kabinet, plus de politiek leiders van de grootste fracties in het parlement. Zo heb ik geregeld dat de premier mensenrechtenorganisaties ging ontvangen. Uit al die contacten is een wetsvoorstel voortgekomen, de antidiscriminatiewet in Albanië.’

Een nieuwe wet verandert natuurlijk nog niet hoe een maatschappij aankijkt tegen homoseksuelen.
‘Nee, precies. Men praat in dat soort landen überhaupt niet over seksualiteit, en zeker niet over homoseksualiteit. Mensen weten dus niets: ze denken vaak dat homo’s mannen zijn die in een jurk rondlopen. Als dan ook nog eens iemand namens het Vaticaan gaat zeggen dat homo’s pedoseksueel zijn, dan wordt alles op één hoop gegooid. Mensen snappen dat allemaal niet. Daarom is het heel belangrijk dat er interviews worden gegeven, dat dingen helder uiteen worden gezet. Zo moeten we proberen de maatschappij te beïnvloeden.’

Een bepalende factor in de culturele benadering van homoseksualiteit is het dominante geloof in die cultuur. Met name de Katholieke Kerk en de Islam staan bekend om hun sterke afkeer jegens homoseksuelen. Zo zei de paus in december 2008 nog dat homoseksualiteit een grote bedreiging is voor het voortbestaan van de mensheid. Een jaar later echter sprak het Vaticaan zich uit tegen het bestraffen van homoseksualiteit. Dit was mede te danken aan de inzet van Dittrich.

Hoe heeft u het Vaticaan zo ver gekregen?
‘Dat heeft heel wat voeten in aarde gehad. Ik heb veel besprekingen gehad met aartsbisschoppen en ambassadeurs van het Vaticaan in New York. Het heeft er uiteindelijk in geresulteerd dat ze op internationale mensenrechtendag op 10 december 2009 die verklaring hebben afgelegd. Door die contacten heb ik wat vertrouwen weten te kweken en toen hebben ze me uitgenodigd om naar Vaticaanstad te komen. Toen ik daar was brak net de week ervoor dat pedofilieschandaal uit. Dus ik baalde eerst enorm, ik dacht: 'Dit is eigenlijk een heel slecht moment om in Vaticaanstad te zijn', maar uiteindelijk denk ik dat het juist heel erg goed was. Ik denk dat ze nu wel het gevoel hebben 'we moeten iets goedmaken'. Ik heb de adviseurs van de Paus zover gekregen dat zij een positief advies gaan geven over het opstellen van een circulaire over het thema homoseksualiteit. Volgens de kerkelijke leer zal men nooit een relatie tussen twee mannen of twee vrouwen goedkeuren, maar ze zullen daar ook een hoofdstuk in opnemen over mensenrechten, waarin staat dat ze wel tegen het strafbaar stellen van mensen zijn vanwege hun oriëntatie en dat ook de ‘menselijke waardigheid’ zoals ze dat noemen van homoseksuele personen gerespecteerd dient te worden. Dat vind ik heel belangrijk omdat in een heleboel landen in Afrika en het Caribische gebied, bisschoppen zelf enorm discrimineren en zeggen: 'Nou, de Kerk vindt het niet goed dat twee mannen een liefdesrelatie hebben, dus moeten ze in de gevangenis worden opgesloten'. En dat zou dan niet meer gezegd kunnen worden.’

De islam kent niet een dergelijk gezaghebbend figuur om verandering te brengen.
‘De islam is natuurlijk niet zo georganiseerd zoals de Rooms-katholieke Kerk, maar ook de islam is interessant. Een voorbeeld is weer Albanië. Albanië is een islamitisch land. Daar heeft de premier zich nu ook uitgesproken voor de invoering van het homohuwelijk. Of het daar zal komen is vers twee, maar in ieder geval gaat de premier die discussie aan. En dat heeft ook weer zijn invloed op andere gematigde islamitische landen, dat men snapt dat het eigenlijk niets met religie te maken heeft, maar met mensenrechten wanneer je homo’s niet meer strafbaar stelt.’

Ziet u vaker dat wanneer een land in een bepaalde regio zich meer toelegt op LGBT-rechten, dat andere landen dat overnemen?
‘Ja absoluut. Je ziet bijvoorbeeld in Latijns-Amerika, toen Brazilië en Argentinië zich daarvoor gingen openstellen, dat een land als Uruguay mee ging doen en daarna Colombia. Ze werken ook allemaal regionaal samen in de organisatie Mercosur, daar hebben ze ook een mensenrechtenafdeling. In Europa kun je zeggen dat toen we in Nederland met het homohuwelijk begonnen, in België de parlementsleden zeiden: 'Dat kunnen wij eigenlijk ook wel doen'. Dan zie je dat ook in Europa het door blijft rollen en nu dus binnenkort Portugal het homohuwelijk gaat invoeren. Dus ja, vaak is het zo dat in een bepaalde regio mensen ook samenwerken en zien van: 'Hé wat zij daar doen, dat kunnen wij ook'.’

In zijn pogingen om LGBT-rechten overal ter wereld onder de aandacht te brengen, stuit Dittrich op veel tegenstand bij nationale overheden. Daar komt nog bij dat zijn medestanders vaak eerder tegen- dan meewerken. Soms omdat ze andere standpunten hebben, soms omdat ze onderling verdeeld zijn.
 
Toen u het homohuwelijk in Nederland wilde invoeren, kreeg u kritiek van het COC die het huwelijk ‘truttig’ zouden vinden. Is het niet moeilijk om daarmee om te gaan?
‘Bij de kwestie van het COC hebben we het natuurlijk over midden jaren ‘90. Ik ben in 1994 in de Kamer gekomen en begon toen meteen met die discussie over het huwelijk. Toen was het COC tegen, maar twee jaar later zijn ze al van standpunt veranderd. Maar het is waar dat als de achterban verdeeld is, wat heel veel voorkomt, dat dat inderdaad niet helpt.’
 
Hoe gaat u daarmee om? Probeert u die organisaties op andere gedachten te brengen of dichter bij elkaar te brengen?
‘Ja dat probeer ik wel, maar ik moet eerlijk toegeven dat ik daar niet al te veel tijd in steek. Ik heb gewoon geen zin om met ruziemakende mensen de hele tijd overleg te plegen. Vaak heeft men wel dezelfde doelstelling: het opheffen van discriminatie. Maar dan zijn er allerlei ego's die met elkaar botsen: mensen die gewoon jaloers op elkaar zijn, elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Ik probeer dan met beide groepen te praten. Soms lukt dat ook omdat ze mij dan als een buitenstaander zien, die geen belangen heeft bij zo een intern conflict. Soms lukt dat wel zoals in Uruguay, om de mensen dan toch weer tot elkaar te brengen, maar soms ook niet. Maar ik ga daar niet al te veel tijd aan besteden, want daar heb ik gewoon geen tijd voor.’
 
Bij zijn werkzaamheden is Dittrich ook persoonlijk erg betrokken. Het feit dat homoseksualiteit in veel landen nog strafbaar is maakt het werk van Dittrich, zelf homoseksueel, niet alleen erg moeilijk maar soms zelfs levensgevaarlijk.
 
Krijgt u ook nog veel te maken met persoonlijke discriminatie?
‘Nee, dat vind ik eigenlijk heel erg meevallen. Nou moet ik zeggen dat ik niet naar een land als Iran ga, want dan zou ik het misschien wel erg opzoeken. Als ik in Vaticaanstad ben, dan praat ik met mensen uit het Vaticaan over hun visie op homoseksualiteit en of dat veranderen kan. Daar zijn ze het soms helemaal niet met mij eens, maar ik ervaar dat niet als discriminatie, maar als een meningsverschil.’
 
Is dat een kwestie van eelt op je ziel kweken als je denkbeelden tegenkomt die zover van je afstaan?
‘Ik kan daar heel kwaad over worden, of opstandig. Ik ga niet bij de pakken neerzitten, ik probeer dan extra mijn invloed aan te wenden. Alleen in zo een situatie is dat natuurlijk heel moeilijk. Maar goed, dan blijf je daarmee bezig. Toen ik deze baan aannam, drie jaar geleden, wist ik dat het een hele moeilijke baan is. Het is ook een soort pioniersfunctie, het is voor het eerst dat het bestaat binnen Human Rights Watch. Ik probeer gewoon mijn best te doen.’
 
Geniet u dezelfde diplomatieke immuniteiten als diplomaten van landen?
‘Nee, helemaal niet. Human Rights Watch is geen overheidsinstantie maar gewoon een non-gouvernementele organisatie, ik heb ook geen diplomatiek paspoort.’
 
Vandaar ook dat u niet naar landen als Iran gaat, omdat u dan gevaar loopt?
‘Precies, omdat ik dan misschien opgepakt word en in de gevangenis beland en ik helemaal afhankelijk ben van mensen zoals jullie, die dan de pers gaan benaderen, die zeggen: ‘Die Dittrich moet uit de gevangenis.’ Dan hoop je maar dat het lukt.’
 
Ook in zijn nieuwe vaderland, de Verenigde Staten, zijn rechten voor homoseksuelen een controversieel onderwerp. Dit bleek een aantal maanden geleden weer, toen een Amerikaanse oud-generaal suggereerde dat de val van Srebrenica deels te wijten was aan de aanwezigheid van homoseksuelen in het Nederlandse leger. Dittrich, die al van jongs af aan gefascineerd is door dit land, heeft ooit verklaard graag het homohuwelijk in de Verenigde Staten door te voeren.
 
Hoe staan de homorechten in de Verenigde Staten ervoor?
‘Amerika is een vrij conservatief land. Ik woon zelf in New York dat redelijk progressief is, maar je kunt New York niet vergelijken met de rest van Amerika. Er zijn een heleboel staten waar de christelijke kerk dominant is, en waar men dus helemaal niet zit te wachten op gelijke rechten voor homo's. Het verschilt per staat; het is geen federale aangelegenheid. Elke staat mag zelf bepalen hoe ze het familierecht inrichten. Ik ben erg betrokken geweest bij Proposition 8 in Californië (het wetsvoorstel om het homohuwelijk weer op te heffen, red.). Dat is daar niet goed afgelopen, maar in andere staten zoals Iowa of Massachusetts, daar is het (homohuwelijk, red.) weer wel ingevoerd. Dus langzaamaan zie je verbetering, maar het gaat langzaam. Ik geef daar veel spreekbeurten en interviews in de media en dan vertel ik ook altijd over hoe het in Nederland tot stand is gekomen en dat in Nederland echt geen revolutie is uitgebroken, wat sommige mensen vreesden en dat ook het huwelijk als instituut niet gedevalueerd is zoals christelijke partijen altijd zeiden in Nederland. Dan probeer ik aan te geven dat het eigenlijk alleen maar een verrijking is. Sommige mensen kan ik daarmee overtuigen, en andere mensen niet. Dus dat zal nog lang duren.’
 
Niet alleen LGBT-rechten, maar mensenrechten in het algemeen geven nog altijd veel voer voor discussie. Zo wordt het universele karakter van mensenrechten vaak betwist. Niet-westerse landen claimen dat veel mensenrechten niet universeel zijn, maar Westers.
 
Is dit ook zo op het gebied van LGBT-rechten?
‘Ja, met name op het gebied van LGBT-rechten wordt dat gezegd, met name door mensen uit Afrika en het Caraïbisch gebied. Daarom vind ik het ook zo belangrijk dat als ik in Afrika ben, en ik dan praat met ministers en parlementsleden, dat ik dat niet in mijn eentje doe, maar dat ik mensen meeneem van de organisaties daar - als ze durven mee te gaan. Als zo een minister dan zegt: ‘Wij hebben helemaal geen homo's in ons land’, dat degene die dan met mij mee is zegt: ‘Pardon? Ik ben de voorzitter van het COC in Oeganda, hoe komt u daar nou bij?’ Zo ontneem je dat argument eigenlijk zijn kracht.’
 
In Malawi loopt er momenteel een zaak tegen een homostel dat openlijk uit de kast is gekomen. Hoe volgt u dit proces?
Toen het paar was opgepakt, maar nog berecht moest worden, waren de Westerse media niet geïnteresseerd. HRW heeft toen openbare brieven hierover gestuurd naar de regering; naar het parlement in Malawi; andere mensen ingeschakeld. Pas toen de veroordeling bekend werd gemaakt, haalde de zaak het nieuws.
 
Het stel werd aanvankelijk tot veertien jaar cel plus dwangarbeid veroordeeld, maar president Mutharika besloot ze gratie te verlenen na druk van VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon. Checks & Balances vroeg Dittrich over de betrokkenheid van Human Rights Watch:

‘Voordat secretaris-generaal Ban Ki Moon naar Malawi vertrok heeft Human Rights Watch hem een brief bezorgd waarin we om de vrijlating van het paar vroegen. In de brief vragen we Ban Ki Moon ook om in Oeganda de anti-homowet aan de orde te stellen. De secretaris-generaal heeft ons beloofd dat te doen. En het eerste deel van zijn reis is al succesvol.
Human Rights Watch is erg blij met deze ontwikkeling in Malawi. Nu moet nog de wet die homoseksueel gedrag bestraft, afgeschaft worden.’




:: terug     





 

 

 

 

 

 

Log in